Onderwijsinnovatie

2.1 Lectoraten

Het Alfa-college heeft sinds 2009 samen met NHL Stenden Hogeschool het lectoraat ‘Duurzame innovatie in de regionale kenniseconomie’. Daarnaast is vanaf 2017 samen met de Hanzehogeschool Groningen het lectoraat ‘Ondernemen in verandering’ gestart. In deze paragraaf worden de activiteiten in beide lectoraten in 2017 beschreven.

 

Lectoraat Duurzame verbinding in de regionale kenniseconomie

Het lectoraat ‘Duurzame verbinding in de regionale kenniseconomie’ is een gezamenlijk lectoraat van Alfa-college en NHL Stenden Hogeschool. De opdracht van het lectoraat is: ontwikkel, onderzoek en verdiep nieuwe en duurzame vormen van publiek-private samenwerking in lerende netwerken tussen hbo, mbo en regionaal bedrijfsleven op nieuwe combinaties van Vrije Tijd, Wonen en Gezondheid.

Het lectoraat heeft 27 kenniskringleden (waarvan 14 uit het Alfa-college, 5 van NHL Stenden Hogeschool, 8 gasten, waarvan 5 van de Hanzehogeschool en 3 externen divers in regio Drenthe) met  2 promovendi (1 uit NHL Stenden en 1 externe uit de Zorgsector).

Het werkt in 3 regioteams: Drenthe/Noordoost-Overijssel, Groningen en Friesland en binnen 5 onderzoekslijnen:

  • Crossovers Vrije Tijd/Toerisme, Wonen en Gezondheid
  • Crossovers Gezondheid, Wonen en VrijeTijd/Toerisme
  • Leren op de werkplek in Recoma-binnenlabs voor docenten
  • Leren op de werkplek in Recoma-buitenlabs voor bedrijven en studenten/werknemers
  • Lerende netwerken en convenerrollen.

De onderzoekslijnen worden door co-makership tussen hbo en mbo met bedrijven uitgewerkt in zo’n 45 (onderzoeks-)projecten

Het  levert een bijdrage aan de verdere ontwikkeling van onderzoek en onderwijs door samen met andere onderzoekers in binnen- en buitenland maar vooral  met het bedrijfsleven vorm te geven aan nieuwe combinaties van Vrije Tijd en Gezondheid in innovatieve real life leeromgevingen, labs of ateliers, zoals het Klooster in Hoogeveen of de kerk in Veenhuizen. Dat gebeurt met multidisciplinaire leerinhouden en multilevel studenten-teams en hun docenten uit hbo en mbo. Daartoe zijn Recoma-binnenlabs ontwikkeld voor en met hbo- en mbo-docenten op onderwijslocaties in Drenthe en Groningen en 16 Recoma-buitenlabs samen met bedrijven en studenten in geheel Noord-Nederland.

Het lectoraat participeert bijvoorbeeld sterk  in de derdejaars hbo-module Leisure Networks, in stageopdrachten in mbo-opleidingen in Groningen en Hoogeveen/Hardenberg en in tweedejaars stageprogramma’s voor de AD-opleidingen Logistiek en Transport. Ook heeft het mede de nieuwe Master Educatief Leiderschap ontwikkeld, is het bezig een Euregionale summerschool Lerende Netwerken in te richten en heeft het een binationaal en hbo/mbo-project LION met de Hochschule Osnabruck.

Het lectoraat werkt , zeker door toedoen van de grote kracht en expertise  van alle  kenniskringleden, samen met zo’n 60 actief betrokken bedrijven uit de regio in drie publiek-private multidisciplinaire ketens onder leiding van de kenniskringleden of de lector. De bedrijven zijn innovatieve voorlopers in hun regio of discipline en komen uit de domeinen toerisme, vrije tijd, zorg, welzijn, bouw, economie, facilitaire dienstverlening en hotels, cultuur en sport en bewegen.

Er worden nieuwe combinaties ontwikkeld rondom bijvoorbeeld het Landgoed De 4 Elementen en nieuwe gastconcepten voor de Tuinen van Weldadigheid. De bedrijven komen meer en meer ook uit de euregio. Een voorbeeld hiervan is de samenwerking in een Community of Practice Tourism met o.a. twee Geoparken, Hondsrug en Terra Vita, over veranderende gastprofielen en nieuwe regionale cross-over-arrangementen met bewoners, bedrijven en bezoekers uit de beide regio’s. Het lectoraat leidt diverse lerende netwerken met clusters van bedrijven en/of overheden, bijvoorbeeld het netwerk met 9 afdelingen van de Treant Zorggroep over de rol van informeel leren met en over crossovers op de werkplek. Ook voert het diverse opdrachten uit om de systematiek van het opzetten en leiden van duurzame lerende netwerken ook aan andereen te leren; bijvoorbeeld het lerende netwerk Sportinnovator in de combi Bewegen en vrije tijd.

Er is veel aandacht voor de expertise in de 5 onderzoekslijnen. De onderzoekslijn ‘Crossovers Vrije Tijd/Toerisme, Wonen en Gezondheid’ heeft in 2017 nadrukkelijk de aandacht getrokken van onderzoeksorganisaties als SIA, VWS, NRO en SNN. Dit heeft geresulteerd in een flinke toename van participatie van het lectoraat in meerjarige onderzoeksprogramma’s en -consortia. De onderzoekslijnen m.b.t. leren in op de werkplek in Recoma-binnen en -buitenlabs zijn onderwerp geworden van een van onze eigen promovendi i.s.m. de Open Universiteit en van een binationale programma’s  met de Euregio en o.a. de Hochschule Osnabruck. Ook zijn enkele van onze  onderzoeken vanaf oktober 2017 een pilot in het NRO-onderzoeksprogramma ‘Vernieuwend Verbinden’. Door de nieuwe onderzoekslijnen ‘Leren op de werkplek in Recomabuitenlabs voor bedrijven en studenten/werknemers’ en  ‘Lerende netwerken en convenerrollen’ heeft het lectoraat in 2017  veel reacties van en verbindingen met externen gehad. Met name voor de lerende Netwerken en de  ‘regionale  innovatie/veldlabs’ is de interne en externe belangstelling groot. Die belangstelling heeft ertoe geleid dat in 2018 wordt bezonnen op de vraag om de inzet in lerende netwerken de lectoraatsopdracht te vergroten.

Het lectoraat heeft in 2017 vanwege privéomstandigheden voor een deel zonder de lector moeten functioneren. Delen van haar taak intern zijn overgenomen door vervangers uit het lectoraat zelf, maar de externe contacten (o.a. in externe consortia en tijdens congressen) zijn iets minder benut dan in andere jaren.

De kenniskringleden /onderzoekers waren in 2017 in iets mindere mate rechtstreeks  verbonden aan het onderwijs dan in voorgaande jaren. De grote wisseling van leidinggevenden van de kenniskringleden van zowel  Alfa-college als Stenden was daar mogelijk mede  debet aan. Het grote aantal gasten dat niet aan Alfa-college of Stenden is verbonden, speelt hierbij mogelijk mede een rol. Ook was de combinatie van multidisciplinair (zorg/welzijn, vrijetijd en techniek) en multilevel (MBO en HBO) beperkter dan voorheen en verschilde deze per regio nogal.

Voor het jaar 2018 zal,  mede door bovenstaande ervaringen, in het lectoraat extra aandacht worden besteed aan reflectie op de relatie tussen de lectoraatsopdracht en de daarbij benodigde  kwaliteit van met name  onze  partnerschappen, multidisciplinaire en multilevel crossovers, sterke onderzoekslijnen en Lerende netwerken.

In 2017 is door de lector, I. Delies, het boek ‘Verhalen over Verbindingen, regionaal comakership al doende leren en onderzoeken’ gepubliceerd. Hierin wordt de onderzoeksidentiteit van het lectoraat beschreven en wordt een beeld gegeven van de doorontwikkeling van de onderzoeksfilosofie en -agenda. Dit boek kan worden aangevraagd op de site van het lectoraat: www.regionalekenniseconomie.nl

 

Lectoraat Ondernemen in verandering

Dit lectoraat is een samenwerking tussen de Hanzehogeschool Groningen en het Alfa-college. Het is gestart in februari 2017 met Alexander Grit als lector. In oktober heeft de publieke installatie van het lectoraat plaatsgevonden met een opening door de burgemeester van Groningen, de heer Den Oudsten, een succesvol symposium en feestelijke installatie. Het doel van het lectoraat is het versterken van de vitaliteit van het ondernemerschap in het Noord-Nederland. Onder vitaliteit wordt verstaan het samenspel tussen de ondernemer, onderneming en de omgeving. Hoe kunnen zij zichzelf opnieuw verbinden? Het lectoraat heeft een kenniskring bestaande uit acht docent-onderzoekers, vertegenwoordigers van externe organisaties en ondernemers en vier aandachtsgebieden: ondernemerschapsonderwijs, retail-ontwikkeling, bedrijfsopvolging en succes en faalfactoren voor ondernemen in Noord-Nederland.

In maart 2017 zijn de plannen voor de ontwikkeling van het lectoraat voor het jaar 2017 gepresenteerd. Uitgangspunten zijn om zoveel mogelijk bij bestaande innovatieve initiatieven aan te sluiten ten einde efficiëntie en impact te bereiken bij de ontwikkeling van duurzame kennis, deelname aan maatschappelijk debat en een bijdrage leveren aan een verbeterd curriculum. De concrete doelen zijn:

  • samenwerkingen aan te gaan met ondernemersverenigingen van binnensteden ten einde het onderzoeken van de mogelijkheid ‘thema-straten’ te ontwikkelen;
  • door middel van onderzoek mogelijke versterkingen voor het ondernemerschapsonderwijs van kunstgerelateerde opleidingen en opleidingen voor statushouders van het Alfa-college te realiseren;
  • in samenwerking met andere lectoraten nieuwe concepten ‘ter verbinding’ te ontwikkelen en testen;
  • het ondernemerschapsonderwijs te internationaliseren;
  • contact te zoeken met partners inzake bedrijfsopvolging in de regio EemsDelta.

In 2017 zijn de doelen gerealiseerd. Het lectoraat heeft geïnvesteerd in onderzoek inzake het trainen van adviesraden en het ‘bouwen’ van zogenaamde ontdekkingsruimten. Dit is gebeurd in het kader van het ontwikkelen van duurzame kennis en concrete innovaties voor de beroepspraktijk. Door kenniskringleden te selecteren die actief zijn in het onderwijs, kon relatief snel kwalitatieve voortgang worden geboekt op de aandachtsgebieden. Inzake vernieuwende retail-concepten heeft het lectoraat twee succesvolle projecten afgerond: een bij de Cityclub Groningen en een in Hardenberg. De projecten hebben ook ruime aandacht in de pers gekregen. Bij deze projecten heeft het lectoraat actief meegedaan in het maatschappelijk debat. Het lectoraat heeft onderzoek gedaan bij de module Kiemkracht van het Alfa-college en het Marian van Os Centrum van Ondernemerschap van de Hanzehogeschool. Beide onderzoeken hebben geleid tot het aanpassen van de programma’s. Ten einde een grotere impact te bereiken heeft het lectoraat in 2017 geparticipeerd in drie subsidieaanvragen inzake Intereg, Erasmus+ en RIF. In samenwerking met het lectoraat 'Duurzame innovatie in de regionale kenniseconomie' zijn twee initiatieven ontwikkeld: samenwerking met de gemeente Groningen en een mobiele ‘werkplaats’. Een docent van het Alfa-college is een promotietraject gestart bij de RUG inzake ondernemerschapsonderwijs aan statushouders met de lector als copromotor. Studenten van de opleiding Small Business and Retail Management hebben onderzoek verricht naar bedrijfsopvolging in de EemsDelta en de resultaten zijn gepresenteerd op een ondernemersbijeenkomst van de samenwerkende gemeenten. Daarnaast heeft het lectoraat gesproken over ondernemerschap voor diverse gezelschappen en bijeenkomsten, zoals Koepel Groningen, leiderschapsbijeenkomst Alfa-college, platform Groningen en kerstbijeenkomsten.

In 2018 gaat het lectoraat verder met onderzoeken naar het inzetten van adviesraden bij ondernemerschap-vraagstukken en het ‘bouwen’ van zogenaamde ontdekkingsruimten. Kernuitgangspunt zal zijn om het entrepreneurial capital (ondernemend vermogen) van studenten, opleidingen en organisaties te versterken en te onderzoeken tot welke managementimplementaties dit zal leiden. Deze kennis zal onder andere worden gevaloriseerd bij projecten zoals Kiemkracht 2.0, Hardenberg retail 2.0, Drentse N-wegen, onderwijs aan statushouders, internationalisering van curricula en de ontwikkeling van nieuwe keuzedelen. In mei 2018 is het lectoraat actief op het Suikerunie-terrein bij het ontwikkelen van ontdekkingsruimten in samenwerking met kunstenares Claudy Jongstra. 

Het jaar 2018 zal een jaar worden waarin nieuwe methoden getest gaan worden en gekeken wordt naar managementimplementaties bij verdere opschaling.

 

2.2 RIF-projecten

In het kader van ons strategisch beleid zetten we in op het samen met relevante partners ontwikkelen van ons onderwijs. Kernachtig komt dat tot uiting in koersuitspraak 3: Wij werken in duurzame, regionale netwerken aan toonaangevend onderwijs. We zijn er dan ook trots op dat we zowel in de eerste, in de tweede tranche als in de vierde tranche van de aanvragen in het kader van het Regionaal Investeringsfonds mbo (RIF) projectaanvragen die we als penvoerder samen met een groot aantal partners hebben ingediend, zijn gehonoreerd:

  • in de eerste tranche, in juni 2014: het project RTC 2020
  • in de tweede tranche, mei 2015: het project Model Regiomaal co-makership
  • in de vierde tranche, mei 2017: het project Fieldlab PracTICe

Hieronder wordt de stand van zaken in onze RIF-projecten weergegeven.

 

RIF-project RTC 2020

Het RTC is het Regionaal Techniekcentrum in Hardenberg. In het RIF-project RTC 2020 wordt gewerkt aan het verhogen van de instroom in de technische opleidingen/beroepen, het versterken van het innovatief vermogen in de regio Hardenberg en het vernieuwen van de onderwijsprogramma’s.

Als het gaat om het verhogen van de instroom, is het volgende gerealiseerd:

  • lesprogramma primair onderwijs: de activiteiten voor dit lesprogramma zijn verder verankerd en er is een nieuw element toegevoegd met de informatiemarkt. Om deze activiteiten ook in de toekomst te kunnen blijven uitvoeren zal het RTC hier extra in moeten investeren.
  • kennismakingsstages: naast de kennismakingsstages voor vmbo-leerlingen zijn door de bouw-opleidingen ook op de vo-scholen workshops gegeven. De kennismakingsstages worden nu niet alleen georganiseerd voor leerlingen van de partnerschool, het Vechtdal College, maar ook voor leerlingen van De Nieuwe Veste en het Greijdanus College.
  • kennismakingstraject ouders: het bereiken en betrekken van ouders voor een opleidingskeuze richting techniek blijft een moeilijk opgave. Het komend projectjaar zal hier extra aandacht aan besteed worden door te focussen op de Open Bedrijven Dag.

M.b.t. het versterken van het innovatief vermogen waren de ontwikkelingen op de diverse onderdelen:

  • inrichten kenniskring: het opzetten en uitvoeren van een kenniskring voor het beantwoorden van innovatievraagstukken blijkt uit de ervaring van de afgelopen jaren te hoog gegrepen. De behoefte aan samenwerking tussen onderwijs en bedrijven is echter zeker aanwezig. Er moet dan ook gezocht worden naar een ander bindend thema waarop onderwijs en lid-bedrijven elkaar kunnen ontmoeten.
  • ontwerpen en bouwen van een blended learning-platform: op dit thema zijn afgelopen jaar belangrijke stappen gezet. Gezien de voordelen die de docenten en instructeurs nu al ondervinden van de ontwikkelde deelproducten (luchtdicht bouwen, zonne-energie en robotisering), kan het komend projectjaar op dezelfde manier worden doorgewerkt.
  • uitvoeren Bedrijfsauditplan: afgelopen jaar heeft er geen audit plaatsgevonden, omdat in de afgelopen tijd veel bedrijfsmatige verbeteringen zijn aangebracht (zowel bouwtechnische als op het gebied van de technische outillage) en er nog meer volgen. Het is daarom logischer een audit te plannen nadat alle verbeteringen zijn doorgevoerd, zodat de audit volledig op de nieuwe situatie betrekking heeft. Dit zal plaatsvinden in het voorjaar van 2018 voor de opleidingen bouw, mechanische techniek en installatie.

Bij het vernieuwen van de onderwijsprogramma’s waren in 2017 de ontwikkelingen:

  • internationale samenwerking met Duitsland: dit staat door de groei van de economie in Nederland in een ander daglicht. De oorspronkelijke gedachte om door de samenwerking meer kansen op de Duitse arbeidsmarkt te creëren voor leerlingen wordt ingehaald door de grote vraag naar personeel in Nederland. Toch hebben enkele leerlingen een werkplek over de grens gevonden, zoals bij installatiebedrijf Kronemeijer. Het RTC is nu meer gericht op de werving van leerlingen om aan de vraag van de lid-bedrijven te kunnen voldoen. Dankzij de positieve economische situatie van dit moment zijn alle leerlingen nu bij Nederlandse bedrijven te plaatsen. Door het gestarte Interreg-project ‘Dubbele kwalificering = dubbele kans’ krijgt het lesprogramma waardoor de leerlingen kunnen werken op de Duitse arbeidsmarkt, vorm en inhoud. Hiermee wordt de samenwerking met Duitsland gecontinueerd.
  • opzetten modulaire plusprogramma's: inmiddels heeft de invoering van keuzedelen in het mbo de ontwikkeling van plusprogramma’s gekruist. Hierdoor kreeg een deel van de plusprogramma’s de vorm van een keuzedeel. Voorbeelden hiervan zijn luchtdicht bouwen, zonne-energie, robotisering en 3D printing.
  • professionalisering docenten: de activiteiten voor dit thema zijn in lijn met de planning en worden op flexibele wijze ingevuld, afhankelijk van de innovaties die opgepakt worden. Hierbij kan gedacht worden aan cursussen op het gebied van duurzaamheid en energiebesparing, het vergroten van coachvaardigheden, het leren werken met CNC-houtbewerkingsmachines en blended learning.
  • opzetten om- her en bijscholingstraject: binnen dit thema heeft een verbreding plaatsgevonden omdat nu ook ‘werkzoekenden’ een opleiding in het RTC kunnen volgen en cursussen, zoals luchtdicht bouwen, zonne-energie, robotisering en 3D printing, worden vermarkt. Gezien de grote hoeveelheid kleine MKB-bedrijven, blijft het vermarkten lastig. De vragen van de bedrijven zijn heel branche-specifiek. In het bestuur van het RTC wordt besproken hoe hiermee om te gaan.

Om ervoor te zorgen dat de resultaten van het RIF-project RTC 2020 worden verduurzaamd, zijn er werkgroepen per sector actief, met vertegenwoordigers van bedrijfsleven en onderwijs in de gehele breedte. In 2017 is verder gewerkt aan het verstevigen van de bestuurlijke kracht en het professionaliseren van de verschillende deelbesturen. Er is een strategische agenda opgesteld en er is gewerkt aan de visie en missie van het RTC in de verschillende deelbesturen.

Jaarlijks wordt een onafhankelijk onderzoek naar de voortgang van dit RIF-project uitgevoerd. Op basis van de aanbevelingen die daaruit voortkomen, worden activiteiten geïnitieerd.

 

RIF-project Model Regionaal Co-makership

Een van de beoogde resultaten van dit project is, dat in 2019 tenminste de helft van de opleidingen van het Alfa-college volgens de principes van Regionaal Co-makership worden uitgevoerd. Om dit te kunnen realiseren is het belangrijk dat in het RIF-project Model Regionaal Co-makership wordt gewerkt als partner in ontwikkeling binnen een lerende economie, waar binnen een experimentele omgeving ruimte is voor diverse samenwerkende partijen om te komen tot innovatieve oplossingen. Kernbegrippen van regionaal co-makership zijn: multidisciplinair, multilevel en cross-over. De activiteiten in dit RIF-project worden uitgevoerd in een aantal deelprojecten. In bijlage 13 is daarvan een overzicht opgenomen, met per deelproject de in 2017 behaalde resultaten.

In algemene zin waren voor het gehele projectjaar 2017 de voornemens:

  • het verder uitbouwen van het netwerk van partners;
  • het verwerven van opdrachten die door multidisciplinaire en multilevel teams worden uitgevoerd;
  • het uitvoeren van meting 1 van het onderzoeksprogramma;
  • het opzetten van een programma voor verduurzaming van het model Regionaal Co-makership;
  • een vast dagdeel per week inroosteren waarop alle bij het programma betrokken studenten en docenten samen kunnen werken aan de vraagstukken.

Daarvan is in 2017 het volgende gerealiseerd:

  • bij aanvang van het project in 2015 waren 77 partners uit het bedrijfsleven, instellingen en overheden verbonden aan het RIF-project, model Regionaal Co-makership. Partners zijn afgevallen en nieuwe partners zijn toegetreden, waardoor de teller eind schooljaar 2016-2017 op 96 partners stond;
  • de door de partners verstrekte opdrachten kregen in de loop van 2017 steeds meer een multidisciplinair karakter. Met als gevolg dat steeds meer opleidingen zich aansloten bij de projecten;
  • in het onderzoeksprogramma dat is uitgevoerd onder regie van het lectoraat ‘Duurzame innovatie in de regionale kenniseconomie’, is gewerkt aan de afronding van de 0-meting, mede door het publiceren van een publieksversie over de bevindingen, en is een start gemaakt met het uitvoeren van meting 1.
  • een belangrijk aspect van het RIF-project model Regionaal Co-makership is de verduurzaming van het onderwijsconcept. In 2017 is, in samenwerking met een externe deskundige, een eerste aanzet gegeven voor het verduurzamingprogramma. Dit programma wordt opgezet in samenwerking met de LONT Academie en de dienst Onderwijs en Kwaliteitszorg;
  • In Hoogeveen, waar 6 van de 8 deelprojecten van het programma worden uitgevoerd, is in overleg met het managementteam een dagdeel per week ingeroosterd waarop alle bij de RIF betrokken studenten en docenten samen werken aan innovatieve vraagstukken.

Kenmerkende aspecten van het programma Regionaal Co-makership zijn het groot aantal deelnemende partners en de principes van Regionaal Co-makership waarmee binnen de deelprojecten gewerkt wordt. Dit brengt met zich mee dat de inbreng van sommige partners geen continuïteit heeft, maar slechts incidenteel plaatsvindt. Dit heeft tot gevolg dat sommige partners minder uren realiseren in de samenwerking (ook al ligt er onder de samenwerking een getekende overeenkomst). Een ander aspect in de samenwerking met een groot aantal partners is de (on)mogelijkheid om met alle partners opdrachten/vraagstukken te formuleren. Het zijn er simpelweg te veel. Het vereist veel inspanning van de projectleiders om de partners blijvend te verbinden aan het programma; dit heeft tot gevolg dat bij sommige deelprojecten urenregistraties achterblijven.

2018 is een cruciaal jaar voor het RIF-project, model Regionaal Co-makership. Met name het aspect verduurzaming moet duidelijk vorm krijgen. Hiervoor zullen in samenwerking met de LONT Academie en de dienst Onderwijs en Kwaliteitszorg pilots worden opgezet waarin medewerkers van het Alfa-college worden bijgeschoold in coaching en projectmatig werken. Daarnaast zullen oplopen worden georganiseerd voor leidinggevenden van het Alfa-college, aangesloten partners en studenten, waarin gevraagd wordt naar de opgedane ervaringen binnen de deelprojecten van het RIF-project Regionaal Co-makership. Verder krijgen het in stand houden, en waar mogelijk uitbreiden, van de netwerken voortdurende aandacht en zullen steeds meer onderwijsteams betrokken worden bij de uitvoering van het onderwijsconcept. Vanzelfsprekend zullen er innovatieve vraagstukken binnenkomen die waar mogelijk door multidisciplinaire en multilevel teams van studenten en docenten worden uitgevoerd.

 

RIF-project Fieldlab PracTICe

In dit RIF-project willen we een uniek opleidings- en innovatiecentrum ontwikkelen voor de bouw- en installatiebranche in Groningen. Het doel is om onderwijs beter aan te laten sluiten op regionale ontwikkelingen op het gebied van aardbevingsbestendig, energieneutraal en levensloopbestendig wonen. Dit gebeurt in afstemming met onderwijsinstellingen, bedrijven en overheden.

Dit project is gestart in mei 2017. In de eerste fase is er gewerkt aan het opstellen van een team van mensen die na de zomervakantie met hun werkzaamheden in het kader van de projectdoelstellingen aan de slag konden gaan. Vanaf september 2017 is dit team daadwerkelijk gestart en zijn al verschillende opbrengsten zichtbaar geworden. In 2018 worden de werkzaamheden verder voortgezet en uitgebreid om zoveel mogelijk van de doelstellingente bereiken zoals die in de RIF zijn opgesteld. Hieronder volgt een overzicht van hetgeen gerealiseerd is binnen de vier projectdoelstellingen in 2017.

1. Verbeteren van kennis van 1.700 studenten in de bouw- en Installatieopleidingen op het gebied van bevingsbestendig, energieneutraal en levensloopbestendig bouwen

Binnen deze doelstelling zijn nieuwe modules en curricula ontwikkeld zoals een basistraining Revit, vier modules Installatietechniek, een module thuisbesturingstechniek d.m.v. Raspberry Pie en een keuzedeel metselen en worden plusmodules Beving voor niveau 4-studenten ontwikkeld. Daarnaast is gewerkt aan het versterken van doorlopende leerlijnen vmbo-mbo-hbo. Zo loopt er vanaf november een project waarin studenten van de Hanzehogeschool en het Alfa-college gezamenlijk werken aan het ontwerpen van Tiny Houses voor Gebiedscoöperatie het Westerkwartier, is er een initiatief gestart waarbij studenten van Hanzehogeschool op het Alfa-college onderwijs krijgen in BIM, Building Information Modelling, en hebben VMBO-leerlingen lessen gevolgd op het MBO aansluitend op hun keuzedeel. Bovendien is eraan gewerkt om bedrijfscasuïstiek en praktijkprojecten te integreren in het onderwijs door o.a. met woningbouwstichting Groninger Huis een traject te starten waarbij studenten van het Alfa-college een Tiny House gaan bouwen voor een project in Wagenborgen en hebben studenten Human Technology een multidisciplinair project gedraaid met studenten Zorg binnen Health Hub Roden.

2. Verbeteren van kennis en vaardigheden van 40 docenten en 40 praktijkopleiders en 1.200 medewerkers en zij-instromers op het gebied van bevingsbestendig, energieneutraal en levensloopbestendig bouwen

Er is een bijscholingsprogramma voor docenten ontwikkeld met daarin o.a. masterclasses Hybride waterpomp, Energieopslag, Risicobeheersing drinkwaterinstallaties, Pointclouds to BIM en BIM to model. Ook is een cursus Energie-maatwerkadviseur georganiseerd voor docenten en personeel van projectpartners. Ten behoeve van het professionaliseren van praktijkopleiders en gastdocenten is samen met OTIB, het Opleidings- en ontwikkelingsfonds voor het Technisch InstallatieBedrijf, gekeken hoe hen op te leiden. In afstemming met het EPI-kenniscentrum is ook beoordeeld of dit ook voor andere branches kan. Ten slotte wordt samen met de arbeidsmarktregio Groningen en Noord-Drenthe, ‘Werk in zicht’, gekeken naar kandidaten voor het 1000-banenplan in het bevingsgebied en zijn ten behoeve daarvan modules voor de opleiding Metselen ontwikkeld.

3. Het verbeteren van de vaardigheden van 1.700 studenten op het gebied van bevingsbestendig, energieneutraal en levensloopbestendig bouwen

Dit gebeurt door het delen van praktijkfaciliteiten en specialistische apparatuur tussen deelnemende onderwijsinstellingen (vmbo-mbo-hbo) en bedrijven. Zo krijgen studenten van het Alfa-college en de Hanzehogeschool samen les binnen het Tiny Houses-project, krijgen VMBO-leerlingen oriëntatieprogramma’s binnen het MBO en is het initiatief genomen voor het starten van een Fab Lab, waarbij ook wordt gekeken naar welke mogelijkheden de partners reeds hebben. Met Acantus, zijn gesprekken gevoerd over het realiseren van pop-up praktijkfaciliteiten in de regio (proefwoningen en gebouwen).

4. Het laten groeien van de Fieldlab Practice-community met 10 bedrijven per jaar. Binnen deze community worden actief nieuwe samenwerkingsverbanden gesmeed en kennis en ervaringen gedeeld.

Ten behoeve van het realiseren van deze doelstelling zijn een aantal kennisdelingsbijeenkomsten gehouden voor aangesloten partners. Er is een startbijeenkomst gehouden in september en er is aangesloten bij een aantal bijeenkomsten georganiseerd door EPI-kenniscentrum. Daarnaast konden de partners deelnemen aan de bij doelstelling 2 genoemde masterclasses. Ook is het initiatief genomen om een aantal bijeenkomsten te organiseren: een bijeenkomst voor bouwbedrijven en installatiebedrijven om hen te informeren over de verschillende initiatieven in dit RIF-project en het RIF-projct Model Regionaal Co-makership en een bijeenkomst waar samen met het Zorg Innovatie Forum verschillende initiatieven uit de regio op het gebied van Healthy Ageing worden gepresenteerd vanuit het perspectief om daar eventueel bij aan te sluiten. De Fieldlab PracTICe community is ook toegenomen met een aantal bedrijven, o.a. met Cadac, Groninger Huis en Gebiedscoöperatie Westerkwartier. Met Grohe zijn gesprekken gaande over investeren in praktijkfaciliteiten.

2.3 EPI-Kenniscentrum

In 2014 is door het Alfa-college, de Hanzehogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen in een samenwerkingsverband het EPI-kenniscentrum opgericht. Het doel van de drie kennisinstellingen is om daarmee een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke opgaven binnen het ‘aardbevingsdossier’. EPI-kenniscentrum verzorgt aardbevingsgerelateerde kennisdeling op het gebied van o.a. bouwen, techniek, veiligheid, psychosociale gevolgen en innovatie.

Via de pijlers Educatie, Praktijk en Innovatie (EPI) verzorgt het EPI-kenniscentrum onder meer opleidingen, trainingen, kennisbijeenkomsten, excursies en symposia, op elk niveau. Er wordt samengewerkt met het bedrijfsleven, de overheid en belangenorganisaties en het EPI-kenniscentrum voorziet zo de huidige en toekomstige (beroeps)bevolking van relevante kennis en vaardigheden. De drie kennisinstellingen willen zo bijdragen aan een mooi Groningen waar bewoners veilig, gezond en comfortabel kunnen wonen en werken. EPI-kenniscentrum ontleent kracht en toegevoegde waarde aan deze unieke samenwerking.

Daarbij kan EPI-kenniscentrum buiten de systematiek van deze instellingen een rol spelen in de samenwerking met alle organisaties, profit- en non-profit, die bereid zijn kennis te delen of een kennisbehoefte hebben. Hierdoor heeft EPI-kenniscentrum - naast de producten die met en voor de onderwijsinstellingen verzorgd worden - ook een eigen complementair aanbod van trainingen, opleidingen en kennisdelingsbijeenkomsten.

In 2017 is het EPI-kenniscentrum een belangrijkere en meer zichtbare partner geworden in de kennisoverdracht in de regio. Er wordt door het EPI-kenniscentrum fors geïnvesteerd in de kennisprogramma’s van de reguliere opleidingen van Alfa-college, Hanzehogeschool en RUG. Er worden nascholingen verzorgd in een programma voor kennisdeling waar de nieuwste ontwikkelingen, maar ook bestaande onderbelichte kennis, aandacht heeft gekregen. Door de komst van de, mede door EPI-kenniscentrum gefinancierde, Turkse lector Aardbevingsbestendig bouwen bij de Hanzehogeschool komt internationale kennis naar Groningen. De resultaten van de lector worden door het EPI-kenniscentrum gemonitord en zijn kennis wordt verwerkt in de nieuwe trainingen over aardbevingsbestendig bouwen en een specialistische seminar over funderingstechnieken.

Het EPI-kenniscentrum is intensief verbonden met de RIF-project Fieldlab PracTICe van het Alfa-college (zie paragraaf 2.2.). Niet alleen door een forse financiële bijdrage maar ook vanuit het gezamenlijk belang om goede aanvullende scholingen voor de regio op MBO-niveau te ontwikkelen. Deze (bij)scholingen kunnen zowel door het EPI-kenniscentrum worden aangeboden aan de verschillende partijen in de regio als door het Alfa-college als aanvullende (keuze)programma’s voor de reguliere studenten, waarmee deze goed worden voorbereid op het werk in de regio.

De module Communicatie en Gedrag is in 2017 weer gevolgd door 159 studenten (127 geslaagd) van de techniekopleidingen van het Alfa-college en 45 studenten (44 geslaagd) van de locatie Stadskanaal van Noorderpoort. Daarnaast hebben 26 studenten (25 geslaagd) van SchildersCOOL en 30 studenten (24 geslaagd) van SSPB de training communicatie en gedrag gevolgd.

De bouwopleidingen van het Alfa-college hebben in afstemming met het EPI-kenniscentrum het gezamenlijk ontwikkelde keuzedeel ‘Aardbevingsbestendig Bouwen’ als pilot aangeboden gekregen. Onderwerpen daarin zijn o.a. informatie over het ontstaan van de aardbevingen en excursies naar aardbeving-gerelateerde activiteiten in de regio zoals aardbevingsbestendig bouwen.

EPI-kenniscentrum en Alfa-college acteren in onderling overleg gezamenlijk op de arbeidsmarkt, bij provincie, UWV, werkpleinen en cao-partijen waarbinnen beide vanuit hun eigen expertise een aanvullend aanbod inbrengen. We zijn gezamenlijk actief partner in het netwerk dat als doel heeft om zoveel mogelijk werkzoekenden in de G11 (de 11 plattelandsgemeenten in de provincie Groningen die het meest te lijden hebben van de aardbevingen) voor te bereiden op werk in het aardbevingsgebied (het ‘1000-banenplan’) en participeren gezamenlijk in het aanjaagteam van het project Dienstverlening Werkzoekenden en projecten Samenwerking en Regie Arbeidsmarkt (project DWSRA).

Het EPI-kenniscentrum heeft op verzoek van de partners en de financiers een Raad van Advies en een Programmaraad opgericht waar het Alfa-college in participeert. Het EPI-kenniscentrum heeft in 2017 in overleg de onderwijskundige samenwerking met BuidInG (Building in Groningen, een kennis- en innovatiecentrum voor toekomstbestendig bouwen) uitgewerkt en gezamenlijk beschreven hoe beide organisaties elkaar in de aardbevingsregio kunnen versterken.

Het EPI-kenniscentrum is in 2017 zowel intern (organisatorisch) als extern (opgavegericht) gegroeid in de mate waarop het zijn dienstverlening heeft georganiseerd en bestendigd en daarmee de basis heeft gelegd voor verdere groei, zowel kwalitatief als kwantitatief.

2.4 Rijnland Instituut

Het Rijnland Instituut is een samenwerkingsverband tussen NHL Stenden, Alfa-college en Drenthe College. Sinds september 2017 is de Hanze Hogeschool als associate partner aangesloten. Het is een netwerk waarin kennis wordt ontwikkeld, gedeeld en toegepast door en voor het regionale beroepsonderwijs (hbo en mbo) en met partners in de beroepenvelden op het gebied van de Duits-Nederlandse internationalisering.

Het Rijnland Instituut wil de krachten bundelen van alle initiatieven van het mbo en hbo, de regionale en lokale overheid en het bedrijfsleven in Drenthe met Duitse partners. Er is afstemming met de verschillende ‘stakeholders’ binnen de onderwijsinstellingen die initiatieven hebben ontwikkeld in samenwerking met Duitse partners. Met hen wordt overlegd hoe, waar en waarmee het Rijnland Instituut de initiatieven kan ondersteunen en eventueel coördineren.

Het vierde symposium ‘Grensoverschrijdende techniek, toerisme, taal en cultuur en Learning Innovation Organisation Network (LION)’ in november 2017 toonde een staalkaart aan projecten waarin onderwijs en werkveld aan beide kanten van de grens nauw optrekken: onderwijsinnovatie, Job-beurzen, taal en cultuurprogramma’s en stage- en studiemogelijkheden.

Voor de fysieke realisatie van een Kennisinstituut/Kennisconsulaat is op verzoek van de gemeente Emmen en de provincie Drenthe een subsidieaanvraag ingediend; deze is in december 2017 toegekend. Het Rijnland Instituut is hiermee het kennisinstituut voor Duits-Nederlandse betrekkingen voor de drie noordelijke provincies (startend vanuit de Provincie Drenthe), waar iedereen terecht kan met vragen, suggesties of onderzoekideeën op het gebied van grensoverschrijdende scholing en werkveld.

Het Rijnland Instituut (Alfa-college) vertegenwoordigt als expert ‘Vrijetijdseconomie’ de gemeente Emmen binnen het RELOS 3-project. Het is een gezamenlijk Europees project met samenwerking van SNN en ESF.

Elk jaar wordt de samenwerking tussen Alfa-college Hoogeveen (Business School) en Berufs Bildende Schule Lingen de module ‘International Trade’ aangeboden. Inmiddels wordt er een gezamenlijke Erasmus Plus aanvraag ingediend. De opleidingen Zorg en Welzijn van het Alfa-college hebben een nauwe samenwerking met de Berufs Bildende Schule Leer en Oldenburg. De opleidingen ICT zijn aangesloten bij het IT-Netzwerk in Leer en beginnen met een samenwerking met GBS Nordhorn.

Het Rijnland Instituut (Alfa-college) heeft een Excellentieprogramma Duits Multidisciplinair ontwikkeld. Inmiddels wordt het op het HBO toegepast en krijgen studenten daarvoor 3 CE.

Het Rijnland Instituut heeft in samenwerking met het lectoraat Duurzame Innovatie in de regionale kenniseconomie een gezamenlijke Interreg Va aanvraag voor het project ‘Community of Practice Euregionaal 2.0’ ingediend.

In mei en oktober 2017 is de expert- en adviesgroep Rijnland Instituut bij elkaar gekomen bestaande uit vertegenwoordigers van middelbaar en hoger onderwijs, lokale en regionale overheden en het bedrijfsleven uit zowel Duitsland als Nederland. Deze komt twee maal per jaar officieel bijeen en maakt deel uit van het netwerk als samenwerkingspartner.

De komende jaren richten we ons op de vraagstelling of het mogelijk is de burgers in de regio te verbinden. We zijn op zoek naar en geven vorm aan de creatie van een burger die grensoverschrijdend denkt en handelt en die zich nieuwe ideeën als Europees burger eigen maakt. Is het mogelijk de grens, die vaak vooral in de hoofden van mensen zit, te slechten en de barrières in de economische en culture ontwikkeling weg te nemen? Het Rijnland Instituut is in die zin een testcase voor Europa. Als deze pilot tussen Noord-Nederland en Nedersaksen slaagt, dan is het ook mogelijk elders zulke Europese regio’s te realiseren in andere grensgebieden.

De inspanningen die in het onderwijs plaatsvinden op het gebied van grensoverschrijdend onderwijs, missen slagkracht wanneer deze niet aansluiten bij de grensoverschrijdende sociaal-economische thema’s en gedragen worden door de lokale en regionale bestuurders, politici en ondernemers. Het Rijnland Instituut ontwikkelt daarom voor hen een leergang Duits – Nederlandse betrekkingen. Bij voldoende inschrijvingen zal de leergang worden aangeboden in 2018. De leergang zal bestaan uit zes jaarlijkse bijeenkomsten voor groepen van maximaal twaalf personen van beide kanten van de grens. De (dag)bijeenkomsten zijn thematisch en worden door thema-experts verzorgd op locaties binnen het gebied van de Eems-Dollard Regio (EDR)/Euregio, evenredig verdeeld in Duitsland en Nederland.

In het Rijnland Instituut willen we grensoverschrijdend nieuwe ideeën formulieren en vervolgens in praktijk brengen. Daarvoor moeten onderwijs, werkveld en arbeidsmarkt in een goede relatie tot elkaar en vooral nauw samen met elkaar optrekken. Als wij erin slagen een gezamenlijk onderwijsplan te formuleren met de partners aan weerzijden van de grens, tweetalige opleidingen te creëren met volop overstapmogelijkheden en een diploma dat zowel in Nederland en Nedersaksen geldig is, kan de regio uitgroeien tot een voorbeeld voor andere gebieden.

2.5 Innovatieplannen van teams

In 2017 stond voor wat betreft de innovatieplannen voor teams vooral de verbeterde planvorming van de innovatieplannen op de agenda. Dit wilden we bereiken door:

  • het verbeteren en aanscherpen van de criteria voor het aanvragen van een innovatiebudget, met meer aandacht voor cross-overs tussen verschillende opleidingen, co-makership met het werkveld en versterken van het leren van innovaties;
  • een betere voorlichting gericht op de procedure van aanvragen, de kwaliteit van de projectaanvragen en het gezamenlijk uitwerken van innovatieve ideeën.

We hebben dat bereikt door de volgende acties:

  • de samenstelling van de voorbereidingsgroep is gewijzigd, waardoor een directe verbinding is gelegd met de ervaring die er is met innovatie in de beide lectoraten. Op basis van gesprekken in de voorbereidingsgroep zijn de voorwaarden en is het format aangescherpt, gekoppeld aan de gewenste ontwikkeling: meer aandacht voor cross-overs tussen verschillende opleidingen, co-makership met het werkveld en versterken van het leren van innovaties;
  • er zijn voor de inleverdatum van de plannen verplichte werkbijeenkomsten voor potentiële indieners van innovatieplannen georganiseerd;
  • de plannen zijn in eerste instantie voor een financiële ondersteuning vanuit het innovatiebudget geselecteerd door een selectiecommissie, bestaande uit de voorbereidingsgroep, aangevuld met een opleidingsmanager, een docent en de kartrekker van het thema Excellentie van het kwaliteitsplan;
  • het College van Bestuur heeft de voordracht van de selectiecommissie overgenomen en daarnaast nog enkele andere innovatieplannen gehonoreerd.

Voor het schooljaar 2017-2018 zijn 9 innovatieplannen met een financiële ondersteuning vanuit het innovatiebudget in het Alfa-college gestart. In bijlage 14 is een overzicht van deze plannen opgenomen, inclusief de voortgang in 2017.

Voor 2018-2019 wordt in het voorjaar een vergelijkbaar traject gevolgd met inspirerende bijeenkomsten voor potentiele indieners van de innovatieplannen. Daarnaast wordt in 2018 onderzoek gedaan naar hoe de innovatieplannen zich verder kunnen doorontwikkelen.

 

 

2.6 Overige onderwijsinnovaties in en met de regio

2.6.1 Regio Groningen

Admiraal de Ruyterlaan

Toekomstig technisch vakmanschap in Noord-Nederland

Een nieuwe opleiding ontwikkelen op het snijvlak van techniek, ICT en duurzaamheid: dát was het idee waarmee acht Noord-Nederlandse partijen, waaronder het Alfa-college, de Rijksuniversiteit Groningen, OTIB en diverse bedrijven uit de installatiebranche, bij elkaar kwamen. Door met elkaar om tafel te gaan, erkenden deze partijen de noodzaak om als onderwijs, bedrijfsleven en overheden intensief samen te werken om toekomstbestendige opleidingen en duurzaam vakmanschap te realiseren. Het project is in januari 2017 voorbereid en is na de zomer opgestart voor onze mbo-studenten van elektro- en installatietechniek niveau 4. Omdat er op niveau 3 geen soortgelijke opleiding is, zijn er ook een aantal studenten van niveau 3 gestart.

In de ontwikkeling van de opleiding ligt de focus op drie belangrijke pijlers: digitale vaardigheden, ‘social skills’ en technische kennis. Daarnaast is er veel aandacht voor het probleemoplossend vermogen en zelfstandig werken, vaardigheden (21st Century Skills) die de studenten nodig hebben in hun toekomstige werkveld.

Voor het ontwikkelen van de sociale vaardigheden worden methodieken ingezet die in Amerika al jaren goede resultaten opleveren: de ‘Workplace literacy arc’ en de reflectieve ‘Learning reports’. Met de inzet van een coach wordt de link tussen het werkveld en de vertaling naar de lessen gelegd. De rol van de coach is een wezenlijk andere rol dan die van de mentor. De coach heeft zowel een verbinding met het onderwijsprogramma als direct contact met het werkveld. De coach zorgt ervoor dat het proces in de volle breedte kan worden ingezet en gevolgd. 

Met het project willen de betrokken partijen een succesvol voorbeeld en een succesvolle inspiratiebron zijn voor andere opleidingsinstituten. Om te zorgen voor een duurzame plaatsing van jongeren op de arbeidsmarkt, moeten we het ontwikkelen en uitvoeren van beroepsopleidingen niet meer zien als een taak van het onderwijs alleen, maar er ook en juist voor zorgen dat het bedrijfsleven actief bijdraagt aan de innovatie van technische beroepsopleidingen. In alle facetten is in dit project dan ook sprake van een gedeelde gezamenlijke verantwoordelijkheid bij zowel het ROC als het bedrijfsleven.

Rondom de ontwikkeling van de opleiding Technicus engineering I & E is een projectgroep gevormd van onderwijsinstellingen en installatiebedrijven uit Noord-Nederland. Samen werken zij, onder de projectnaam ‘Toekomstbestendig technisch vakmanschap’ aan de ontwikkeling van een opleiding waar vakmensen van de toekomst worden opgeleid. Het vooraf meenemen van alle partijen is een succesvolle factor gebleken en heeft er mede voor gezorgd dat er veel snelheid gemaakt kan worden in het lerende proces. Ouders en studenten zijn erg enthousiast  over de andere onderwijsopzet waarbij ze in nauwe samenwerking met het werkveld opdrachten uitvoeren. Vanuit het werkveld geeft men aan dat dit project kansen biedt om de doelgroep van toekomstige arbeidskrachten te bereiken. Studenten worden ook actief betrokken bij de ontwikkeling van het project zelf: zo hebben een aantal studenten een projectvergadering bijgewoond en worden ze regelmatig gevraagd om feedback.

De uiteindelijke doelstelling van het project is: een vernieuwde vakmanschapsopleiding op het niveau van mbo-4, die leerlingen voorbereidt op technische combinatiefuncties in de toekomst. Dat doen we niet alleen door ze installatie- en elektrotechnische vaardigheden bij te brengen, maar ook en juist door te focussen op nieuwe (digitale) technologieën en veel aandacht te besteden aan de ontwikkeling van hun persoonlijke en sociale vaardigheden. Daarnaast bereiden we de leerlingen voor op het toekomstig vakmanschap door het ‘leren-leren’ methodisch in te bouwen in de opleiding.

Het is een nieuwe aanpak voor het ontwikkelen van opleidingen die aansluiten bij de vraag uit het bedrijfsleven. Dat doen we door zowel het onderwijs als het bedrijfsleven verantwoordelijk te maken voor het ontwikkelen van de vakmanschapsopleiding.

Jaarlijks worden 15 tot 30 talentvolle jongeren (tot 25 jaar) in een duale opleiding opgeleid, een opleiding die wordt uitgevoerd door het Alfa-college samen met de technische installatiebedrijven in de provincies Groningen en Drenthe. De opleiding wordt halverwege omgezet in een werk-leerplek (traineeship) met arbeidscontract bij technische installatiebedrijven in de provincies Groningen en Drenthe. We bouwen op deze wijze aan een actieve learning community (kennisnetwerk) in Noord-Nederland op het gebied van vakmanschap. Een evaluatie van dit project zal plaatsvinden in 2018.

Boumaboulevard

Cross-overs

Cross-overs komen tot uiting in mooie initiatieven zoals de studenten van ICT die een telefooncentrale bouwen voor docenten van administratieve opleidingen of de cross-over tussen de opleidingen Interieur en Hout & Meubel, die zich gezamenlijk buigen over het inrichten en ontwerpen van een publieksruimte bij een zorgboerderij. Onder de vlag van excellentie volgt een groep studenten van de niveau 3 en 4 opleidingen naast hun reguliere programma een cursus Cambridge Engels dat toeleidt naar het officiële examen.

 

Samenwerking in de ICT

Vanuit de ICT opleidingen is in 2017 een start gemaakt met de samenwerking met Google, IBM, Digital City. Tijdens een startdag voor alle eerstejaars studenten is samen met deze partners gekeken naar nieuwe ontwikkelingen in de ICT-branche en wat dit betekent voor ontwikkelingen in het onderwijs. Ook is besproken wat deze ontwikkelingen betekenen voor het type werknemer dat in de toekomst door bedrijven zal worden gevraagd en waarbij naast cognitieve ook de conatieve capaciteiten belangrijk worden. 

 

Kiemkracht 3.0

In het ondernemerschapsprogramma Kiemkracht 3.0 wordt het onderwijs samen met bedrijven vormgegeven. Kiemkracht is een ondernemerschapsprogramma waar studenten Multi Media Design en Mode Maatkleding gedurende 20 weken een dagdeel per week aan een eigen bedrijfsidee werken waarbij ze begeleid worden door coaches uit het bedrijfsleven. Het bedrijfsidee wordt uitgewerkt in een definitief ondernemersplan.

Kardinge

Kardingefestival

In het schooljaar 2016-2017 bestond de opleiding Sport en Bewegen 15 jaar. De opleiding heeft dit gevierd met lustrumactiviteiten in de festivalweek ‘Kardingefestival’ georganiseerd met docenten, studenten en partners. Voor Sport en Bewegen was dit lustrum een kans om ‘doelbewust naar buiten’ te treden. We hebben hierin expliciet samengewerkt met partijen van zowel binnen als buiten het Alfa-college. Vanuit onze visie/missie ‘succesvolle sportprofessionals leiden we samen op’ hebben we het lustrumjaar ingezet om de directe relaties met het gebied rondom Kardinge, alumni, Alfa-college, andere ROC’s en de sportwereld intensiever te betrekken bij het onderwijs.

Het motto van 15 jaar Sport en Bewegen was ‘wat beweegt jou?’, ontstaan vanuit de slogan ‘wie wil je zijn?’. De doelgroep voor het Kardingefestival bestond uit - Sport en Bewegen: medewerkers en studenten van Sport en Bewegen,  medewerkers van het Alfa-college, externe relaties, (sport)onderwijs, sport- en gezondheidsorganisaties, overheden, BPV-bedrijven, alumni en leveranciers

Met de organisatie van het Kardingefestival hebben we een aantal belangrijke stappen gezet, waarbij gedacht moet worden aan het verstevigen van interne en externe samenwerking en het betrekken van het sportnetwerk bij het onderwijs. Voor 2017/2018 maar ook in de jaren daarna vormt het Kardingefestival een mooie impuls om uitvoering te geven aan onze missie ‘succesvolle sportprofessionals leiden we samen op’, door een lerend netwerk waarin werkveld, alumni, docenten en studenten participeren.

 

Ons onderwijs en ons gebouw

Actief wordt er gekeken hoe we ons eigen gebouw kunnen inzetten om meer externe partijen en collega’s (ook van andere locaties)  binnen te kunnen krijgen t.b.v. crossovers en duurzame samenwerkingsverbanden, uiteraard in een onderwijssetting waarin de student centraal staat. We zijn tot de conclusie gekomen dat we beter onderwijs kunnen aanbieden als we uit het standaard klaslokaal vertrekken en (deels) onze plek zoeken midden in het werkveld. We willen niet meer leren óver de sport in al zijn variëteiten, maar we willen daar onderdeel van zijn. De traditionele klas kan blijven bestaan maar wel minder prominent. Een nieuw type onderwijs is nodig, waarbij we het werkveld in de school halen en de school naar het werkveld brengen. Daardoor wordt ons onderwijsaanbod aantrekkelijker en dat vereist enige aanpassing aan ons gebouw. In 2017 zijn hiervoor de eerste stappen gezet. Alle activiteiten dragen uiteindelijk ook gericht bij aan onze ambitie: Noord-Nederland Veilig en Vitaal. Deze ambitie delen we door als Alfa-college één van de partners van Health i Port te vormen. In dit platform werken partners in verschillende segmenten samen en ontwikkelen en delen zij kennis, met als doel Noord-Nederland op de kaart te zetten als de meest gezonde en vitale regio in Nederland.

 

FC Groningen

De B-, C-, en D-jeugd van FC Groningen krijgt op woensdag lessen ‘motorisch leren’ van de studenten van ons Johan Cruyff College. Door andere sporten te doen, leert de voetballer extra vaardigheden die goed van pas kunnen komen. Niet alleen trainers maar ook docenten doen hierbij aan kennisuitwisseling. Jonge voetbaltalenten van FC Groningen krijgen training in balsporten, dansen en vechtsport. Jonge sporters en trainers leren van en met elkaar. Voor de mbo-studenten is het de ultieme training: ze geven les in de sport waar ze goed in zijn, aan topsporters die beweging en vaardigheden snel aanleren. En ze  leren nog beter lesgeven, in een topsportomgeving. In 2017 is het aantal studenten dan ook uitgebreid tot een aantal van 120.

 

Lifestyle en Bewegingsagogiek

Binnen het profiel agogiek zijn er vele samenwerkingspartners waaronder de Noorderbrug, ouderensport, Kids united en SBO de Kimkiel. Studenten leren hier in een contextrijke omgeving waarin de persoonlijke ontwikkeling centraal staat binnen dit profiel. Het profiel Lifestyle draagt dezelfde pedagogische visie waarin de ontwikkeling van het individu centraal staat. Werken in het werkveld bij onder andere Dijkmansport, Springs en Ron Haans wordt intensief vormgegeven waarin onderwijs en praktijk hand in hand gaan om samen te komen tot een win-win-situatie. Het afgelopen jaar zijn de samenwerkingsverbanden die we hebben met het werkveld, gecontinueerd en verder verstevigd.

Kluiverboom

Kluiverboom als locatie

Er liggen op facilitair gebied plannen en ambities die echte cross-overs zijn in ontwerp en uitvoering.

In één van onze koersuitspraken stellen we ons als doel om studenten uit te dagen het beste uit zichzelf te halen in een verantwoorde leeromgeving. In ons jaarplan facilitair hebben we daarom opgenomen dat we de buitensportgebieden ten volle gaan benutten in samenwerking met de omringende scholen, organisaties en de gemeente. De eerste stappen zijn hiervoor in 2017 gezet en gedurende het schooljaar 2017/2018 zullen we visies delen, keuzes maken over inrichting en gebruik, handhaving en financiering.

Gedurende het schooljaar 2017/2018 hebben we een nieuw cateringconcept ingevoerd: meer elan, meer uniformiteit en betere aansluiting bij studenten. De catering wil voor het schooljaar 2017/2018 minimaal de zilveren schaal voor gezonde schoolkantine behalen. Deze schaal is een bevestiging vanuit het Voedingscentrum voor een gezond aanbod en gerichte aandacht voor gezonde voeding. 

 

Opleiding haarverzorging

Onze opleiding haarverzorging staat bekend om de innovatieve onderdelen. Zo zijn in 2017 de voorbereidingen voor een Barbershop gecreëerd. Deze is tot stand gekomen op basis van de behoefte vanuit het werkveld. Alumni worden ingezet als gastdocent. In de salon wordt een speciale ‘barbiershoek’ ook gebruikt tijdens de reguliere kapsalontijden. Een mooi neveneffect van deze barbiershoek is dat hierdoor steeds meer mannelijke studenten instromen. Trots zijn we ook op het feit dat de opleiding Haarverzorging dit jaar weer als nummer 1 in de keuzegids MBO vermeld staat.

 

UMCG Gilde verpleegkundige niveau 4

Het UMCG Gilde Verpleegkundige niveau 4 is het eerste Gilde op niveau 4 in Nederland! Het Gilde is een initiatief van het UMCG, Noorderpoort, Alfa-college en ROC Menso Alting. In het eerste jaar maken studenten van de drie ROC’s kennis met het UMCG en elkaar, en gaan ze op een snuffelstage. In het tweede jaar doen de studenten een oriënterende stage. In leerjaar drie en vier gaan de (in totaal 24) studenten verder met praktijkleren en vinden de lessen plaats in de leerruimte (leerhome) van het UMCG. Docenten van de ROC‘s en inhoudsdeskundigen van het UMCG verzorgen het onderwijs en ondersteunen de studenten op de afdeling.

Studenten leren door deze samenwerking met eigentijdse methoden kwaliteit van zorg en welzijn verlenen. Zij leren het sociale netwerk en het multidisciplinaire netwerk van de cliënt (de oudere) te benutten en zijn goed toegerust om preventieve en technische ondersteuning van zorg en welzijn te bieden. Ze hebben een grotere mogelijkheid tot een baan na diplomering en hebben daardoor een goed arbeidsmarktperspectief. De huidige professionals in de zorg participeren in het samen met studenten en docenten verwerven van 21st Century Skills. Zij kunnen zich hierdoor beter kwalificeren waardoor zij breder inzetbaar zijn voor de (ouderen-)zorg. In de samenwerking staat de zorg- en welzijnsvraag van de cliënt centraal. De professionals zijn goed toegerust, waardoor zij goed kunnen inspelen op de vraag van de cliënt en mogelijkerwijs meer tijd een aandacht aan de cliënten besteden. Hierdoor ervaren de cliënten meer welzijn. Deskundige professionals zijn de leermeester van de student, er wordt breed opgeleid vanuit meerdere disciplines, de leeromgeving wordt versterkt en theorie en praktijk worden dichter bij elkaar gebracht. De meerwaarde voor ons als Alfa-college is dat wij kunnen voldoen aan de vraag uit de arbeidsmarkt en onze opleidingen kunnen doorontwikkelen met als doel het bieden van een aantrekkelijk onderwijsconcept in een innovatieve leeromgeving waar meer relevante stageplekken van goede kwaliteit beschikbaar zijn.

 

Netwerk ZON

Netwerk ZON werkt al meer dan 20 jaar samen met het Alfa-college, Noorderpoort, ROC Menso Alting, Drenthe College en de Hanzehogeschool (samen met het werkveld) op het gebied van zorg- en welzijnsonderwijs. In 2017 stond de innovatie rondom interdisciplinaire samenwerking en doorlopende leerlijnen niveau 1 en 2 tot en met niveau 6 centraal en zijn 15 interdisciplinaire leernetwerken opgestart. Binnen de leernetwerken staat een interdisciplinaire methode centraal, waarbij altijd de burger met zijn zorg- en welzijnsvraag centraal staat. De leernetwerken leveren interdisciplinaire casuïstiek of methoden aan, die worden geïntegreerd in oefenopdrachten en ontwikkelingsgerichte toetsen. Op deze manier worden studenten voorbereid op hun stage in een leernetwerk. Een voorbeeld is de methode ‘Beeldvorming’.

In 2018 vindt de doorontwikkeling van het project plaats: er zijn in 2018 in totaal 30 leernetwerken actief en studenten, docenten en werkbegeleiders ontwikkelen zich tot de nieuwe professional Zorg en Welzijn Healthy Ageing.

2.6.2 Regio Hardenberg

 

Pedagogische didactische visie

Vorig schooljaar zijn we met ondersteuning van Carlos van Kan, die onderzoek gedaan heeft naar pedagogische visies in het mbo, gestart met het beschrijven van eigen teamvisies op dit gebied. Alle teams zijn bevraagd op hun onderwijspedagogische visies o.b.v. de vragenlijst van Carlos van Kan en de uitkomsten zijn vergeleken met de pedagogisch didactische visie die uit het strategisch beleidsplan van het Alfa-college naar voren komt. Op basis daarvan zijn vervolgacties gepland. Verder zijn collega’s opgeleid om met teams in gesprek te gaan over het herkennen van bumpy moments, dilemma's die zich voorden in de dagelijkse onderwijspraktijk in de interactie tussen docent en student en het voeren van de pedagogische dialoog hierover. Hier is het belangrijk te kijken welke handelingsalternatieven een docent hier heeft.

Dit proces komt langzaam maar zeker steeds beter op gang. Het komend jaar staat het ontwikkelen van een blauwdruk voor teams op het programma om een vervolgstap te kunnen maken met het concretiseren van de pedagogisch-didactische visie en het uitvoeren van train-de-trainer-activiteiten in de teams.

 

Samenwerking en co-makership

Het Alfa-college leidt op voor de toekomst. Het is belangrijk dat studenten buiten hun eigen vakgebied en met andere opleidingen en bedrijven samen leren werken. Afgelopen jaar zijn naast de bestaande innovatieve projecten de volgende onderwijsinnovaties geïnitieerd. Samenwerking met bedrijven en instellingen is in de meeste opleidingen inmiddels gemeengoed geworden en in het curriculum verankerd. Met de opleidingen waar dit achterblijft zijn afspraken gemaakt om hierin stappen te zetten. Het betreft hier voornamelijk de administratieve opleidingen.

ICT-connecting
Acht toonaangevende ICT-bedrijven, hogeschool Stenden en het Alfa-college  willen zich inzetten om de werkgelegenheid in de ICT-bedrijven in de regio te behouden en te versterken. Het  probleem van een tekort aan ICT-docenten en de snel verouderde kennis bij docenten willen we hiermee aanpakken.

Dienstverlening niveau 2
Studenten Dienstverlening niveau 2 gaan in het nieuwe schooljaar wekelijks een dag de school uit onder begeleiding van de coach en zo mogelijk met andere opleidingen. Zie hiervoor ook 2.5 Innovatieplannen van teams.

Groene Welle
De samenwerking met AOC De Groene Welle wordt geïntensiveerd en onderzocht wordt waarin raakvlakken zitten: keuzedelen, aanbod aan opleidingen, taal- en rekenonderwijs etc.

HBO-VP
Door de partners in de regio SXB, BTW, Tangenborgh en het LOI is een HBO-V programma ontwikkeld met als doel het behouden van de HBO-V'ers voor de regio. Als regio participeren wij in dit project.

TiB, Techniek in Bedrijf
Er is een TiB-aanvraag ingediend en toegekend om met PO, VO, PABO Stenden, bibliotheek, cultuurkoepel, bedrijven en de gemeente Hardenberg  intensief samen te werken om een cultuuromslag t.a.v. keuze voor techniek te bewerken.

Samenwerking vmbo scholen in de regio
Er is een start gemaakt om een platform in te richten voor samenwerking en afstemming met de vmbo-scholen. Met name taal, rekenen, LOB en samenwerken in projecten zijn onderwerp van gesprek.

 

Excellentie

Hardenberg zet in op excellentie. Er is een regionaal excellentieplan ingeleverd en goedgekeurd. Er wordt ingezet op 3 lijnen: MBO+, internationalisering en innovatie. Om het plan uit te voeren zijn werkgroepen ingericht die, met behulp van de methodiek Scrum, vorm en inhoud geven aan deze 3 excellentielijnen.

 

 

 

2.6.3 Regio Hoogeveen

De regio heeft een tweetal thema’s centraal gesteld. Het ene thema heeft betrekking op de wens om stapsgewijs elke dag te werken aan de verbetering van de onderwijskwaliteit en het andere thema op de samenwerking met instellingen en bedrijven in de omgeving van het Alfa-college waardoor er voor studenten een contextrijke leeromgeving ontstaat. Voor het thema van de continue kwaliteitsverbetering is bij een aantal teams de aanpak van de Stichting LeerKRACHT gekozen.

 

LeerKRACHT 

Na een aantal oriënterende bedrijfsbezoeken waar deze aanpak in de praktijk gebracht werd, is LeerKRACHT bij een aantal opleidingen geïntroduceerd. De teams rondom Zorg en Welzijn zijn begonnen met deze aanpak en de eerste resultaten zijn positief. Het blijkt dat docenten zich meer eigenaar gaan voelen van het onderwijs dat zij aanbieden, zij vergaderen minder en effectiever en doen in korte tijd veel leerervaringen op. Ook bij andere opleidingen wordt gewerkt aan dezelfde thema’s maar met andere methoden. Bij de verschillende opleidingen wordt gewerkt met scrummethoden. In 2018 zal er een grote evaluatie plaats vinden bij alle opleidingen die gebruik maken van de aanpak van de Stichting LeerKRACHT. Wanneer deze evaluatie positief uitvalt zal er onderzocht worden of het mogelijk is dat meer teams deze aanpak zullen overnemen.

De methodiek gaat uit van vier instrumenten; bordsessie, gezamenlijk lesontwerp, lesbezoek en feedback en de stem van de student. De instrumenten versterken elkaar onderling en leiden tot verbeteringen in het onderwijs. In het eerste half jaar staat de start en training centraal. De sessies in het kader van LeerKRACHT zijn in plaats van de vergaderingen gekomen. De teams moesten daar erg aan wennen.  Het bord staat centraal en na een korte sessie gaan docenten aan het werk met de actiepunten op het bord. Dat gebeurt in plaats van agenda's, notulen en afsprakenlijstjes. Van alle docenten wordt een bijdrage verwacht. Docenten zijn in the lead en pakken de regie op het eigen werk. Er wordt kritischer gekeken naar wat van docenten verwacht wordt. Een steeds terugkerende vraag is hoe hetgeen we doen bijdraagt aan beter onderwijs en of dit in het belang van de student is. Dat betekent ook durven stoppen met bepaalde zaken. Het onderwijs staat centraal en er wordt meer inhoudelijk over onderwijs gesproken.

Tijdens de studentenarena zijn alle docenten aanwezig en wordt een groep studenten bevraagd over het onderwijs. Een gespreksleider bereidt het gesprek met de studenten voor en tijdens het gesprek luisteren de docenten naar de verhalen van de studenten. Na afloop worden verbeterpunten geformuleerd door het team. Studenten zijn positief over het onderwijs en kunnen goed aangeven waar aandachts- of verbeterpunten liggen. Twee jaar is nodig om de methodiek volledig eigen te maken en te komen tot systematisch verbeteren van onderwijs door het stellen en realiseren van doelen.

 

Samenwerking in de regio

Het Alfa-college in Hoogeveen heeft een warme relatie met zowel de gemeente Hoogeveen als met bedrijven en instellingen in de regio. Er zijn veel samenwerkingsprojecten en overeenkomsten en een aantal voorbeelden daarvan worden hier benoemd. De nieuwe opleiding Dienstverlening niveau 2 laat een belangrijk initiatief zien en ook de AG-opleidingen leiden studenten op in een dynamisch werkveld. Voor de eerste groep is het belangrijk dat er voldoende praktijk in het curriculum verweven zit. Er wordt dan ook steeds gezocht naar mogelijkheden om in praktijksituaties te kunnen werken. Binnen de technische opleidingen wordt al heel lang met projecten gewerkt (AC Duurzaam), voor de ICT-opleidingen gebeurde dat veel minder. De ICT-academie is een voorbeeld waarbij er sprake is van co-creatie. Het doel is om studenten op te leiden in een contextrijke leeromgeving. Zij werken aan concrete opdrachten. Een aantal initiatieven wordt hieronder toegelicht.

 

Dienstencentrum

De opleiding Dienstverlening-breed op niveau 2 onderzoekt in samenwerking met de Stichting Welzijnswerk Hoogeveen of het mogelijk is om met ingang van september 2018 een dienstencentrum te starten. Het dienstencentrum beoogt een praktijkplek te zijn waarin studenten Dienstverlening-breed bezig kunnen zijn met praktijkleren. Uit onderzoek blijkt dat in Hoogeveen een kleine 400 huishoudens vragen hebben waarvoor geen formele ondersteuning geboden kan worden en die zouden kunnen profiteren van de diensten die onze studenten kunnen leveren.

 

Veranderingen in de opleidingen Assistenten in de Gezondheidszorg (AG)

Voor de AG-opleidingen is er in oktober 2017 in samenwerking met zes noordelijke ROC’s een conferentie georganiseerd met de werkvelden over de innovaties en veranderingen in het werk van de dokters-, tandarts- en apothekersassistenten. Werkvelden gaven aan dat de assistente van nu andere rollen gaat krijgen waarop het onderwijs moet kunnen anticiperen. In januari heeft er een vervolggesprek plaatsgevonden met de beroepsverenigingen van de drie verschillende opleidingen en de S-BB om te komen tot het herschrijven van het beroepsprofiel. Medio juni/juli 2018 is de verwachting dat helder wordt wat dit voor de opleidingen betekent.

 

Adaptief onderwijs

Voor de ICT-opleidingen was het inrichten van individuele leerlijnen en adaptief onderwijs als prioriteit genoemd. In 2017 is een start gemaakt met adaptief leren i.h.k.v. organisch veranderen. Vanaf februari 2018 zal dit ingevoerd worden. Het is de bedoeling om dit in 2018 in te voeren in de gehele techniekafdeling. Het is de ambitie dat dit een gemoduleerd onderwijsaanbod wordt waardoor studenten meer keuzemogelijkheden krijgen tijdens hun opleiding. In 2018 zal er een presentatie in het managementteam worden gegeven om de behoefte aan deze vorm van onderwijs bij andere opleidingen te peilen.

 

ICT-academie

De ICT academie is vorig jaar in de stijgers gezet met partners in de regio die met het Alfa-college mee willen werken. Het fundament is gelegd voor de optimale samenwerking tussen onderwijs en werkveld waarbij vanaf februari 2018 studenten extern ondergebracht zullen worden in de ICT-academie. De ICT academie is een samenwerkingsverband tussen Alfa-college en externe partners. In september 2018 zullen ook studenten van NHL Stenden participeren in de academie.